Een eerlijk gelijkwaardig Nederland. Wij zijn voor. Jij ook?

Emma Wortelboer en Maarten van Rossem schrijven elkaar een brief: 'Ik ben jaloers op je'

04-04-2025
  •  
leestijd 5 minuten
  •  
587 keer bekeken
  •  
bnnvara-wortelboerenvanrossem-300924-038-edit-drukwerk

Maarten van Rossem en Emma Wortelboer schrijven elkaar een brief. Emma: ‘In de huidige, totaal overprikkelde wereld lijkt voor schoonheid helaas steeds minder plaats, maar jij maakt daar wel tijd en ruimte voor.'

Brief aan Maarten,

Ik heb nog nooit een brief geschreven bedacht ik me, weleens een ansichtkaart, maar een brief is toch wat anders. Nu schrijf ik deze brief ook niet met de hand, ik type ’m braaf op mijn laptop, en dat geeft schrijven een andere lading. Bijkomend voordeel is dat ik voorkom dat ik ongetwijfeld kramp krijg wanneer ik mijn vingers op deze onnatuurlijke wijze zou inspannen. Onbegrijpelijk voor mij dat jij nog steeds je eerste versies van je boeken met de hand schrijft. Ik word nu niet gedwongen bij voorbaat zorgvuldig mijn woorden te kiezen. Ik kan zonder consequentie woorden typen en blijven aanpassen tot ik iets schrijf waar ik tevreden over ben. Dat is heerlijk, vooral voor mijn schrijfhand (die dus nooit schrijft), maar misschien hebben woorden daardoor in de loop der tijd minder gewicht gekregen. Ze zijn niet meer zo definitief. Woorden zijn vergankelijker en meer inwisselbaar.

Ook ik doe door het ‘schrijven’ van deze brief mee aan het gevoel dat ‘alles inwisselbaar is’, iets wat exemplarisch is voor mijn generatie. Neem lettertype versus handschrift. Hier heeft de simpele handeling van incrementele verbetering plaatsgemaakt voor gecomputeriseerde teksten en dus voor gemak. Dit zie je vandaag de dag overal om je heen – in fantasieloze gebouwen, minimalistische logo’s, kleurloze auto’s en identiteitsloze interieurs. Eigenlijk in alle zaken die van waarde zijn in een samenleving. Mooie dingen, bijvoorbeeld. Zoals het handschrift van mijn opa die zijn eigen verjaardagskalenders maakte en waar ik altijd verbluft naar stond te kijken. Maar ik wil niet suggereren dat jouw generatie bol stond van pure schoonheid. Je hebt meermaals benadrukt dat het in die jaren complete armoe was. Ik hoor het je zo zeggen: we hadden niks, we waren arm! Om nog maar te zwijgen over de waardeloze rechten en de sociale normen van die tijd. En ondanks dat ben ik ook jaloers op je. Jij groeide op in een periode waar ze nog de tijd voor dingen namen. Een leven waarin je niet verdronk in een overvloed aan keuzes, spullen en informatie.

In de huidige, totaal overprikkelde wereld lijkt voor schoonheid helaas steeds minder plaats, maar jij maakt daar wel tijd en ruimte voor. Dwalend door de stad valt jouw oog altijd op de eigenaardigheden om ons heen waar ik in alle vluchtigheid vaak niet op let. Hoe jij intens kunt genieten van het moment dat de eerste krokussen er weer zijn. Of hoe jij midden op straat blijft staan om uitgebreid het gebruik van baksteen of het aanzicht van een gevel te becommentariëren. Ook het beeld van aalscholvers die op lantaarnpalen langs de snelweg hun veren drogen, is iets waar mijn blik dankzij jou voor altijd naar toe getrokken zal worden. Ergens vind ik het heel irritant natuurlijk dat mijn brein hier nu naar blijft afdwalen, maar ik vind het ook wel gezellig. Want deze onvervalste kijk van jou op de steeds grijzer wordende wereld draag ik als een ongeschreven handtekening met me mee. Een handtekening met karakter en eigenheid en daar hou ik van. Dus dankjewel en tot snel!

Emma

Brief aan Emma,

Natuurlijk heb ik nagedacht over de aanhef: Hallo Emma, nee dat is toch een beetje popi-jopi, Beste Emma dan, nee dat vind ik nogal kaal, beter dan: Lieve Emma, ook niet, dat klinkt in mijn ouderwetse gevoel voor retoriek weer wat zwaar. Dus ben ik gevlucht in jouw aanhef, die is wel een beetje vreemd, maar allez, het gaat. Dit is eigenlijk ook geen echte brief, het is een vorm die bedacht is door de redactie van de VARAgids (of heet dat blad tegenwoordig anders? Wij hadden vroeger deVPRO-gids , maar hebben nu al jaren helemaal geen omroepgids meer). Er zijn talloze gevallen bekend van briefschrijvers die elkaar met opzet schreven, om van de briefwisseling naderhand een boek te maken, of een roman zelfs. Dat zouden wij natuurlijk ook kunnen doen, maar dan moet je mij minstens drie jaar elke week een flinke brief schrijven. Daar heb je waarschijnlijk helemaal geen zin in, en daar heb ik begrip voor.

Ik heb heel wat brieven geschreven in mijn leven, bijvoorbeeld een uitgebreide correspondentie – nota bene op luchtpostpapier, dat flinterdun is – met mijn eerste vriendin die zich ongelukkigerwijze in de VS bevond op dat moment. Ik heb het altijd bijzonder prettig gevonden om met de hand te schrijven. Ik schrijf nog altijd aantekeningen, zoals voor deze brief, en zeer uitgebreide uittreksels met de hand. Ik kan met een zeker genoegen kijken naar zo’n A4-tje gevuld met mijn eigen handschrift, dat mijns inziens goed oogt. Ik heb mij lang verzet tegen de computer en het toetsenbord. Toen ik al lang een Mac had schreef ik columns eerst met de hand en typte ze vervolgens over. Pas tijdnood en gewenning brachten mij ertoe direct het toetsenbord te benutten. Dat gebruik ik nu natuurlijk ook voor deze brief. Je signaleert al de voordelen van de computer; je kunt tekst moeiteloos aanpassen, verschuiven en eruit gooien. Allemaal waar, maar ik heb toch nog steeds het gevoel dat een met de hand geschreven stuk beter en verstandiger is, dan zo’n stukje dat je met hulp van de tekstverwerker bij elkaar hebt gerommeld. Onzin natuurlijk, maar een mens hangt nu eenmaal van onzinnige sentimenten aan elkaar. Als ik niet helemaal zeker ben van een formulering schrijf ik die vaak eerst nog even op met de hand, om hem na goedkeuring over te typen. Hoe tevredenstellend mijn handschrift ook oogt, het is voor anderen grotendeels onleesbaar. De briefkaarten die ik mijn moeder stuurde gedurende de vakantie, bewaarde zij keurig op een stapeltje. Zodra ik terug was, moest ik dan mijn eigen kaarten aan haar voorlezen!

Nu het woord briefkaart is gevallen, is een bekentenis op zijn plaats. Ik verzamel al jaren briefkaarten, dat wil zeggen brief kaarten van schilderijen uit de kaartenmolens van de musea, groot en klein. Geen idee hoeveel ik er heb, maar het moeten er honderden zijn. Ik stuurde ze ooit aan favoriete personen, maar daar is helaas de klad in gekomen. Ik wacht nu op iemand die ik gelukkig kan maken met elke week een ander schilderij, zeg maar een ander kleinschalig meesterwerk. Sommige schilderijen doen het nog steeds prima op briefkaartformaat, andere overleven de verkleining niet. Maar er is een geweldige kaart van een schilderijtje van een perzik, met op die perzik een schitterend geschilderde mier. We kunnen die mier in een volgend programma in het Mauritshuis gaan bekijken.

Met groet, Maarten

Meer van Wortelboer en Van Rossem?

Kijk Wortelboer en Van Rossem op NPO Start

Dit artikel verscheen eerder in de VARAgids. Als eerste lezen? Word abonnee of vraag een gratis proefnummeraan.

Delen:

Praat mee

Onze spelregels.

0/1500 Tekens
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.
BNNVARA LogoWij zijn voor