In de Westerse hoofdsteden wordt met toenemende bezorgdheid gekeken naar het hernieuwde presidentschap van Donald Trump. De angst is tastbaar, alsof een oude vriend plotseling onvoorspelbaar is geworden, gevaarlijk zelfs. Men spreekt over het einde van een tijdperk, over de teloorgang van de liberale wereldorde die na de Tweede Wereldoorlog werd opgebouwd.
Dit beeld van Amerika als betrouwbare bondgenoot is echter geografisch nogal beperkt. In Zuid-Amerika bijvoorbeeld heeft men altijd al een ander beeld gehad van de Verenigde Staten. Een land dat zichzelf presenteerde als kampioen van de vrijheid, terwijl het tegelijkertijd dictators in de regio steunde wanneer dat economisch of geopolitiek nuttig bleek. De coup tegen Árbenz in Guatemala, de steun aan Pinochet in Chili, de interventies in Nicaragua; voor Zuid-Amerikanen was Amerika zelden tot nooit een betrouwbare bondgenoot.
In Afrika is het verhaal niet anders. Neem het Congo van Mobutu Sese Seko, waar de Amerikaanse overheid decennialang een kleptocratisch regime steunde omwille van de rijke minerale bronnen en als bolwerk tegen communistische invloed. Of Egypte, waar Amerikaanse steun voor Mubarak en later Sisi altijd werd gerechtvaardigd met strategische belangen, terwijl beloofde democratische hervormingen naar de achtergrond verdwenen. In Angola koos Amerika de kant van Savimbi en de UNITA-rebellen en verlengde daarmee een bloedige burgeroorlog. In Somalië leidde een Amerikaanse interventie tot chaos en terugtrekking zodra de geopolitieke belangen veranderden.
Ook in Azië toont de geschiedenis een patroon van ambigue loyaliteit. In Indonesië werd de brute machtsovername door Soeharto in 1965 stilzwijgend gesteund, gevolgd door een bondgenootschap dat decennialang aanhield terwijl honderdduizenden mensen werden vermoord. In de Filippijnen steunde Amerika Ferdinand Marcos tijdens zijn dictatoriale bewind, in ruil voor militaire bases. In Pakistan werd het regime van Zia ul-Haq omarmd als bondgenoot tegen de Sovjet-aanwezigheid in Afghanistan, ondanks zijn grove mensenrechtenschendingen. In Vietnam werd een oorlog gevoerd die miljoenen levens kostte, onder het mom van vrijheid verdedigen tegen het oprukkend communisme, terwijl het in werkelijkheid ging om het beheersen van invloedssferen.
Het ironische is dat het Westen nu pas de dubbelzinnigheid ervaart die eigenlijk altijd al deel uitmaakte van de Amerikaanse buitenlandpolitiek. De ogenschijnlijke breuk die Trump vertegenwoordigt, is voor velen buiten Europa en Noord-Amerika slechts een continuïteit in een ander jasje; misschien directer, minder verhullend, maar in essentie niet fundamenteel verschillend.
Dit wil niet zeggen dat Trumps hernieuwde presidentschap geen reden tot zorg is. Integendeel. Zijn impulsiviteit, zijn minachting voor internationale instituties en zijn transactionele kijk op bondgenootschappen vormen een gevaar voor de wereldstabiliteit. Maar de Amerikaanse buitenlandpolitiek vóór Trump was nooit een onvoorwaardelijk baken van morele zuiverheid.
De wereld buiten het Westen heeft altijd geleefd met de wetenschap dat Amerika’s hand reikt naar waar haar belangen liggen. Gedurende de Koude Oorlog betekende dat het steunen van autoritaire regimes, zolang ze maar tegen het communisme waren. Of het nu ging om Zuid-Korea onder Park Chung-hee, of Thailand onder de militaire juntas. In het tijdperk van terrorismebestrijding betekende het samenwerken met regimes in Centraal-Azië die mensenrechten schonden, zolang ze maar bases leverden voor operaties in Afghanistan.
Het Westen maakt nu kennis met een Amerika dat zijn eigenbelang nog explicieter vooropstelt. Het ervaart wat het betekent wanneer solidariteit ondergeschikt wordt aan nationaal voordeel. Het is een harde les, maar één die vele landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika lang geleden al hebben geleerd, van Mali tot Myanmar, van Bolivia tot Bangladesh.
Misschien ligt hierin een kans voor een eerlijker dialoog tussen het Westen en de rest van de wereld. Een dialoog waarin erkend wordt dat internationale betrekkingen nooit simpelweg een kwestie van waarden zijn geweest, maar altijd een complex spel van (egoïstische) belangen. Een dialoog die voorbijgaat aan nostalgische illusies over een verleden dat voor velen nooit heeft bestaan.
In die zin is Trump niet zozeer een revolutionair, als wel een revelatie: niet van hoe Amerika is veranderd, maar van hoe het altijd al is geweest. Een natie die, zoals elke andere, haar eigenbelang nastreeft. Soms met idealistische retoriek, maar altijd met kille, pragmatische berekening.
We moeten accepteren dat een land als Amerika altijd zijn eigen belangen voorop zal stellen. Deze realiteit erkennen is geen pessimisme, maar een noodzakelijke stap naar een eerlijker wereldbeeld. Een internationale gemeenschap gebaseerd op wederzijds respect en echte solidariteit ontstaat niet vanzelf, ze moet worden opgebouwd, verdedigd en beschermd. Zowel tegen de openlijke zelfzucht van Trump, als tegen de illusie dat het ooit anders is geweest.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.