Het wordt tijd dat onze politici eindelijk eens inzien dat Oekraïners en Palestijnen strijden tegen twee landen, Rusland en Israël, die Europa van binnenuit proberen te saboteren.
Vorige maand stemde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties over de Russische inval in Oekraïne. De resolutie waarin Rusland werd veroordeeld, gaf een bijzonder inkijkje in de nieuwe verhoudingen in de wereld.
Van de 176 aanwezige landen, stemden er slechts 18 tegen de veroordeling van Rusland. Deze 18 pro-Rusland stemmen kwamen onder meer van (uiteraard) Rusland, Belarus, Verenigde Staten, Hongarije, Noord-Korea, Eritrea, Nicaragua en… Israël.
In een andere ontwikkeling zien we dat Israëls grootste regeringspartij Likoed, de partij van de bij sommige Nederlandse politici zo geliefde oorlogsmisdadiger Benjamin Netanyahu, een waarnemersstatus heeft bij Patriots for Europe, de alliantie van Europa’s racistische en rechts-extremistische partijen. Onder meer de PVV, Vlaams Belang, de Oostenrijkse FPÖ, het Franse Rassemblement National (voormalig Front National), de Italiaanse Lega Nord, het Spaanse VOX, het Portugese Chega! én Fidesz, de partij van de Hongaarse premier Viktor Orbán, maken deel uit van Europa’s ‘patriotten’, de club die voortkomt uit initiatieven van politici met ‘verfrissende’ racistische en antisemitische ideologieën.
Verder vindt er de komende week in Jeruzalem een tweedaagse ‘antisemitisme-conferentie’ plaats waarvoor enkele rechts-extremistische politici zijn uitgenodigd. Onder hen Jordan Bardella van het Rassemblement National en Marion Maréchal, kleindochter van Holocaust-ontkenner Jean-Marie Le Pen.
Plaatst Israël zich in Europa’s pro-Russische en rechts-extremistische kamp?
Mocht het huidige Israël zich inderdaad in het pro-Russische kamp plaatsen, dan mag dat eigenlijk geen verrassing heten. Al vlak na de Russische inval in Oekraïne vond Israël het lastig expliciet partij te kiezen voor Oekraïne, mede vanwege de grote Russische gemeenschap in Israël en daarmee samenhangende Russische belangen. Het aantreden van Poetin-bewonderaar Donald Trump als president van de Verenigde Staten maakt de stap naar een expliciete pro-Rusland houding inmiddels heel wat makkelijker.
Israëls positie binnen racistische, anti-islam en gedeeltelijk ook traditioneel antisemitische bewegingen is al langer duidelijk. Dat laatste komt vooral doordat de betekenis die wordt gegeven aan het begrip antisemitisme in recente jaren ingrijpend is veranderd. De in 2016 geïntroduceerde en omstreden IHRA-definitie van antisemitisme is daarvan een belangrijke aanjager: zeven van de elf in deze definitie genoemde voorbeelden van antisemitisme refereren aan kritiek op de staat Israël. Dat deze zware focus op Israël inmiddels het zicht ontneemt op de daadwerkelijke oorzaken van de Holocaust en de gevaren van het demoniseren van burgers op grond van ras, godsdienst, genderidentiteit, seksuele gerichtheid en beperking, schreef ik al eerder.
Het verbaast dan ook niet dat een groeiend deel van de niet in Israël woonachtige joodse wereldburgers zich niet met het huidige Israël identificeert. De grootste aanhangers van het misdadige Netanyahu-regime bevinden zich juist steeds vaker in de conservatief christelijke, rechts-extremistische en racistische hoek. Het zijn vooral niet-joden met vaak sterke anti-islam en antidemocratische sentimenten die we inmiddels tot de meest fanatieke Israël-supporters kunnen rekenen.
Dat veel joodse wereldburgers zich het onrecht dat het Palestijnse volk is aangedaan vaak sterker aantrekken dan mensen met een niet-joodse achtergrond, merkte ik al in de jaren negentig van de vorige eeuw. In mijn jonge en meer activistische jaren was ik betrokken bij Palestijnse solidariteitsbewegingen in Vlaardingen en Rotterdam. Daarbij viel het me vooral op dat de meest fanatieke strijders voor rechtvaardigheid van het Palestijnse volk juist joodse Nederlanders waren, waaronder een man die de vernietigingskampen in de Tweede Wereldoorlog had overleefd. Ook vandaag zien we dat veel joodse wereldburgers tot de meest activistische strijders voor de Palestijnse zaak behoren, zoals onder meer het Amerikaanse Jewish Voices for Peace.
In het huidige Nederland is mijn inschatting dat de meeste joodse Nederlanders - anders dan veel van onze politici - helemaal niet achter de hedendaagse genocidale Israëlische politiek staan. Het is daarom onbegrijpelijk dat deze joodse Nederlanders door onze regering niet als gesprekspartner worden gezien waar het gaat om het terugdringen van de spanningen in onze samenleving als gevolg van de gebeurtenissen in Israël/Palestina. Want juist deze waarschijnlijke meerderheid van joodse Nederlanders moeten met hun veelal genuanceerde opvattingen als eerste in staat worden geacht een bijdrage te leveren aan het helpen wegnemen van de tweedracht in de Nederlandse samenleving.
Steun aan Israëls misdaden is niet in ons belang
Het wegkijken door de meerderheid van de Tweede Kamer van Israëls politiek van vernietiging is inmiddels om meerdere redenen gevaarlijk. Allereerst is dit wegkijken niet in het belang van de veelal liberaal denkende joods-Nederlandse gemeenschap, en al helemaal niet in het belang van Israël zelf.
Al eerder schreef ik dat de haat die de regering Netanyahu binnen en buiten historisch Palestina zaait, op de langere termijn zelfs tot de ondergang van Israël zou kunnen leiden. Het voortbestaan van de staat Israël wordt dan ook niet primair bedreigd door het Palestijnse volk, maar door de Israëlische politiek van onderdrukking en vernedering. De grootste vijanden van de staat Israël zijn de Israëlische politici zélf, en ál die internationale regeringsleiders en parlementariërs, waaronder Nederlandse, die deze onderdrukking, vernedering en (inmiddels) genocide faciliteren en impliciet legitimeren.
Maar de steun door talloze Nederlandse politici aan Israëls barbaarse misdaden is evenmin in het belang van onze eigen veiligheid. Nu de Nederlandse regering zo duidelijk wegkijkt bij Israëls horrormisdaden en ons leger zelfs nog met dat van Israël samenwerkt, neemt het wantrouwen onder de zo omvangrijke en belangrijke groep biculturele jongeren jegens de Nederlandse overheid alleen maar verder toe. Hoe de Nederlandse regering in zo’n door henzelf bewust verdeelde samenleving ons leger denkt te kunnen uitbreiden naar maar liefst 200.000 werknemers, is me een volstrekt raadsel in de wetenschap dat in de primaire wervingsleeftijd van Defensie al gauw richting 40% van de jongeren een biculturele achtergrond van de eerste, tweede of derde generatie heeft.
Tel daarbij op het dreigement van een VS-Rusland-Israël-alliantie en de gevaren worden alleen maar groter. Onze politici hebben nooit willen inzien dat de ervaringen met het wapentuig dat Israël - met hulp van onder meer de VS, Duitsland en Groot-Brittannië - op Palestijnse burgers aan het uittesten is, mogelijk ooit door Rusland kunnen worden benut in een verder uit te breiden oorlog in Europa.
Het maakt Nederlands en Europa’s blijvende steun aan Israël dan ook met de dag onbegrijpelijker, helemaal in de wetenschap dat de meerderheid van Israëls politici zich inmiddels verbonden lijkt te voelen met Patriots for Europe, de rechts-extremistische club bestaande uit politici waarvan op zijn minst een deel sympathiseert met Poetins Rusland.
Juist daarom wordt het de hoogste tijd dat onze politici eindelijk eens gaan inzien dat Oekraïners en Palestijnen samen strijden tegen twee landen, Rusland en Israël, die Europa van binnenuit proberen te saboteren.
‘Kleine’ voorbeelden van dat laatste zijn onder meer de wijze waarop Israëlische 'voetbalfans' - mogelijk aangemoedigd door meegereisde Mossad-agenten - vorig jaar november gewelddadigheden in Amsterdam uitlokten, als ook de provocaties door de Israëlische delegatie tijdens de meest recente editie van het Eurovisie Songfestival.
Tot slot
Tot slot moet me nog iets van het hart. Vanuit mijn bureau TransCity voeren we voor talloze opdrachtgevers geregeld gesprekken met biculturele Nederlanders.
Vorig jaar hadden we een in Rotterdam woonachtige joods-Israëlische vrouw uitgenodigd. In een groep met gesprekspartners met onder meer Marokkaanse, Turkse, Iraanse, Kaapverdische en Surinaamse achtergronden vielen haar voorzichtigheid en nervositeit erg op. De afgelopen week was een Amsterdamse vrouw met een Russisch/Marokkaanse afkomst een van onze gespreksdeelnemers. Zij vertelde onder meer over haar pijn als gevolg van de wijze waarop zij in Nederland vanwege haar Russische afkomst wordt behandeld.
Hoe scherp onze opinies soms ook kunnen zijn, we kunnen en mogen mensen in Nederland nooit aanspreken, laat staan afrekenen, op grond van hun afkomst, religie of nationaliteit. Ik merk dat we dat in ons land nog veel te vaak dreigen te vergeten.
Meer over:
opinie, israël, gaza-oorlog, oorlog in oekraïne, donald trump, extreemrechts, rusland, vladimir poetinMeld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.