Mensen geven weinig tot niets om sociale rechtvaardigheid. We zeggen van wel, maar diep van binnen willen we vooral zekerheid, controle en status. Dat is geen cynisme, dat is psychologie. Dus als minderheden meer rechten krijgen, voelt dat voor sommigen als een aanval. Niet omdat ze objectief iets kwijtraken, maar omdat ze dat subjectief zo beleven.
Mensen houden van voorspelbaarheid. Ons brein is zo geprogrammeerd dat we de status quo verkiezen boven verandering, zelfs als die verandering ons geen schade toebrengt. Het voelt namelijk wél als schade. Als een buurman ineens een Ferrari koopt terwijl jij in je tweedehands Skoda rijdt, verandert er feitelijk niets aan jouw leven. Maar je voelt je wel minder succesvol. Waarom? Omdat status relatief is. We meten onszelf af aan anderen.
En daar zit de kern van het probleem. Wanneer vrouwen, migranten, LHBTQ+’ers of andere minderheden meer rechten krijgen, ervaren sommigen dat niet als een stap naar gelijkwaardigheid, maar als een devaluatie van hun eigen positie. Niet omdat hun rechten worden afgenomen, maar omdat ze niet meer het vanzelfsprekende voordeel hebben. Het monopolie op status brokkelt af.
In plaats van dit ongemak te erkennen, kiezen mensen een makkelijkere route: ze verklaren zichzelf tot slachtoffer. De ‘gewone burger’ is ineens de underdog, ‘woke’ is de nieuwe onderdrukker en de elite is een samenzwering die eropuit is om de meerderheid te ondermijnen. Dat is natuurlijk onzin, maar psychologisch gezien werkt het. Slachtofferschap is namelijk een krachtige identiteitsvorm. Het biedt een gevoel van verbondenheid en een rechtvaardiging om boos te zijn zonder zelfreflectie.
Dit verklaart waarom Trump-stemmers zichzelf als revolutionairen zien, waarom Wilders-aanhangers spreken over “terugpakken” en waarom Musk de rijken van deze wereld als onderdrukte vrijheidsstrijders neerzet. Het zijn mensen die, ondanks hun objectieve voordelen, zich bedreigd voelen en daarom de wereld framen alsof zij degenen zijn die moeten vechten voor hun bestaansrecht.
Je kunt deze dynamiek niet doorbreken met feiten. Het heeft geen zin om te roepen dat rechten geen taartpunten zijn of dat de meerderheid niets verliest. Dat is rationeel waar, maar psychologisch zinloos. Mensen willen niet horen dat ze zich onterecht aangevallen voelen. Ze willen erkenning voor hun angst en ongemak. Pas daarna kun je ze stap voor stap laten zien dat gelijkwaardigheid geen bedreiging is, maar een kans.
Dus de volgende keer dat iemand zegt dat de meerderheid “niets meer mag”, vraag dan niet naar feiten, maar naar gevoelens. Ze zijn niet boos om wat ze verliezen. Ze zijn bang om niet langer automatisch te winnen. En dat is een psychologisch proces dat geen politiek leider ter wereld kan tegenhouden.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.