Over de opkomst van extreemrechts in het Westen
Er waren dagen dat mensen zeiden dat het onmogelijk was. Dagen waarin men elkaar vertelde dat het staal van onze instituties sterker was dan de wind van woorden. Dat is het verhaal dat werd doorverteld, tussen de dromen door. Maar de geschiedenis heeft geen respect voor dromen die men vergeet te bewaken.
In de namiddag van wat ooit democratie werd genoemd, dansen schaduwen die steeds langer worden. Elke keer dat de zon ondergaat, lijken ze meer ruimte in te nemen. De schaduwen hebben namen gekregen. In Nederland heet de schaduw Geert Wilders, wiens woorden over islam, over mensen met een migratieachtergrond, ooit ondenkbaar waren in parlementen. Nu zijn ze regeringsbeleid. Zijn PVV won, en de andere partijen – die partijen die zwoeren nooit met hem te regeren – vielen over elkaar heen om toch maar aan zijn tafel te mogen zitten. Alsof principes dingen zijn die men kan opvouwen en in de achterzak stoppen wanneer ze ongemakkelijk worden.
Dit is hoe het gaat: eerst is het ondenkbaar, dan is het controversieel, dan is het onvermijdelijk.
In Amerika – dat glorieuze, gebroken land dat ons steeds vooruit lijkt te zijn in deze dans met de duisternis – is Donald Trump teruggekeerd zoals velen altijd al vreesden. De man die muren beloofde, bouwt nu muren in de geesten van mensen. Naast hem staat Elon Musk, de man die ruimteschepen bouwt naar Mars maar op aarde zelf een vehikel heeft gecreëerd voor haat dat sneller reist dan het licht. Samen belichamen ze een nieuw soort macht: de versmelting van politiek, kapitaal en algoritmes die bepalen wat we zien en dus wat we geloven.
Men kan zich afvragen: hoe snel kan een Congres buigen voordat het breekt? Hoe snel kan een rechtssysteem eroderen voordat het instort? Tel de kranten die verdwijnen, de journalisten die worden bedreigd, de waarheden die worden begraven onder lawines van leugens, en tel de mensen die zeggen dat we niet zo moeten overdrijven.
Europa kijkt toe en volgt. In Hongarije heeft Viktor Orbán een handleiding geschreven voor het ontmantelen van een democratie zonder dat het eruitziet als een staatsgreep. Stap voor stap, wet voor wet, benoeming voor benoeming. In Duitsland marcheert de AfD door de straten van steden waar ooit beloftes werden gedaan over “nooit meer”, met woorden die klinken als echo’s uit een verleden dat we beloofden nooit te vergeten. In Frankrijk glimlacht Marine Le Pen terwijl ze wacht op haar beurt, terwijl ze haar partij een nieuw jasje geeft zonder het hart te veranderen dat eronder klopt.
Ze spreken allemaal dezelfde taal, ook al gebruiken ze verschillende woorden. Het is de taal van “wij” tegen “zij”. Van “hier” tegen “daar”. Van “toen” tegen “nu”. Het is een taal die mensen van gemengde afkomst, zoals ikzelf, begrijpen zonder woordenboek, omdat wij altijd hebben geleefd in de ruimte tussen deze woorden. Zowel “wij” als “zij”, zowel “hier” als “daar”, zowel “toen” als “nu” – en toch nooit volledig een van beide.
Wie tussen werelden leeft, weet als geen ander dat grenzen dingen zijn die mensen tekenen, niet de aarde. Maar ook dat deze getekende lijnen mensen kunnen verwonden, kunnen doden, zelfs als ze niet echt bestaan.
De middenpartijen lijken in dit alles op mensen die, terwijl het huis in brand staat, discussiëren over de kleur van nieuwe gordijnen. Ze spreken over nuance terwijl de rook dikker wordt. Over compromissen terwijl de vlammen hoger reiken. Ze vergeten dat sommige dingen niet half kunnen afbranden.
De meest hartverscheurende waarheid is misschien wel hoe snel dit alles gaat. Hoe Amerika ons voorland is geworden in een verhaal dat men dacht alleen in geschiedenisboeken te lezen. Hoe Orbán in nauwelijks tien jaar tijd een democratie kon transformeren tot wat hij zelf een “illiberale staat” noemt – als dat niet de perfecte contradictie is voor onze tijd, wat dan wel? Hoe de AfD kon groeien van een marginale beweging tot een partij die hele deelstaten beheerst. Hoe Le Pen’s Rassemblement National kon evolueren van een partij waar niemand mee wilde samenwerken tot een die regeringsmacht ruikt.
Progressieven kunnen niet langer alleen maar waakzaam zijn. Waakzaamheid zonder actie is als een alarm dat afgaat in een leeg huis. Er is verzet nodig. Niet het soort verzet dat schreeuwt tegen de nacht en dan gaat slapen, maar het soort dat elke dag opstaat en bouwt. Dat elke dag bruggen slaat. Dat elke dag spreekt met een stem die zowel liefheeft als confronteert.
Wat het meest woedend maakt aan de middenpartijen is niet hun onvermogen om het gevaar te zien, maar hun weigering om te handelen. Hun afwachtende houding, hun relativerende taal. Alsof neutraliteit een optie is wanneer de grond onder je voeten beweegt. Alsof je kunt stilstaan op een roltrap die naar beneden gaat.
We staan op een kruispunt, en wanneer we later terugkijken, zullen we ons afvragen: was er genoeg moed? Werd de waarheid gesproken, ook als stemmen trilden? Stond men op voor anderen, wetende dat men op een dag zelf ‘de anderen’ zou kunnen zijn?
De tijd van “het zal zo’n vaart niet lopen” is voorbij. Die vaart loopt al. De vraag is of we erin meegaan, of dat we eindelijk opstaan en zeggen: tot hier en niet verder.
Het is tijd om te kiezen. Voordat die keuze van ons wordt afgenomen.
Kom naar de landelijke demonstratie tegen racisme en fascisme op 22 maart 2025, 14.00 uur op de Dam in Amsterdam
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.