Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen

Deze begrafenis wordt u aangeboden door…

  •  
23-03-2025
  •  
leestijd 4 minuten
  •  
2116 keer bekeken
  •  
ANP-315342417

Rouwen om de dood is net zo zinloos als het vieren van het leven. Beiden zijn het begin en het eind van een cyclus maar het verschil is ons enigszins onduidelijk.                                                                              

Religie probeert vorm en betekenis te geven zodat onze oer-angst voor ‘Het Grote Niets’ enigszins bezworen wordt. Maar hoe vuil hongerig Magere Hein ons ook een leven lang in de nek hijgt, mensen blijven overdonderd door het besef van eindigheid. Dat zwarte gat moet gevuld, en dan het liefst met tastbare, aardse zaken die ons het idee geven ook richting het einde de regie in handen te hebben. Dat er rond die dood inmiddels een zeer lucratieve industrie is ontstaan is natuurlijk niet anders dan het logisch gevolg.

Begraafplaatsen vol stenen, beelden en mausolea vormen de aardse verbinding met het dodenrijk en het ‘Begafeniswezen’ biedt de helpende hand bij het ritueel van plechtigheid, rouwverwerking en teraardebestelling. Zo logisch als dat sinds het begin der tijden is zo confronterend blijft de ‘handel in de dood’.                                                                                         

Onlangs maakte een krantenbericht melding van steeds meer vrouwen in dat vakgebied. En inderdaad, de uitvaartbegeleiding biedt zich middels advertenties breed lachend aan. Steevast vrolijk lachende damesgezichten die een ‘eigen kleur’, ‘Liefde die blijft’ en vooral veel ‘persoonlijke invulling’  beloven. Het gaat er vrolijk aan toe in de booming-business van de eigentijdse rouwverwerking. De vaststelling dat het vak daardoor een ‘zachter gezicht’ krijgt lijkt mij alleen al daardoor niet altijd een aanbeveling. Het verschil in empathische aanpak van vrouwen t.o.v. mannen mag evident zijn, of dat echter bij een begrafenis van doorslaggevend belang is durf ik te betwijfelen. Juist rond een emotionele aangelegenheid als deze kan een koel, zakelijke aanpak heel prettig werken en kan een surplus aan empathie, zeker van een buitenstaander, zeer onwenselijk zijn.

De crematoria verbeeldden de industrialisatie van de doodsverwerking het best. Dat doet ze letterlijk en figuurlijk.                                                        Allereerst is dit bedrijf uiteraard gericht op het doen verdwijnen van lichamelijke resten, maar in de figuurlijke zin schuilt een nog filosofischer bestaansrecht voor deze inrichtingen. De sobere gebouwen zijn als het versteend voorportaal van ons aller dood. Een lege, kale ruimte waar voornamelijk levenden komen. De dode overblijfselen figureren slechts, al duiden ze wel de reden van de bijeenkomst. Bij voorbaat staat vast dat wij daar enkel zijn om onze gezamelijke herinnering aan de overledene te delen, en als ook die zijn vervlogen rest helemaal niets meer. Hoogstens dan een urn met asresten.

Kortom, een prachtig bedrijf dat voorziet in ons aller finale-behoefte. Van lijkkist tot en met alternatief koor tot goudbeslagen kisten met veel praal en champagne na. In mijn archief bevinden zich enkele exemplaren van het vakblad van deze bedrijfstak uit de jaren ‘60. Men stond toen vooral modernisatie van het vak voor en blijmoedige advertenties bieden fraaie handschoenen, nylon tule spreien en voordelige kisten aan; “..een massieve indruk.. uiterst sierlijk én.. nu ook in Engels knikmodel!”.

Dat men helaas stevig door kan slaan in dit boeiende vakgebied laat nu éen der grootste uitvaartverzekeraars van ons land zien. De firma DELA bezigt daarbij een taal die volledig doorschiet als het gaat om de passende terughoudendheid die deze rouwverwerkende industrie vereist. Alle decorum is ingeruild voor informeel gebabbel, veel frisse kleuren en reeds in het welkomstwoord van de uitvaartverzorger valt de naam van de firma DELA, opdat wij vooral niet vergeten wiens gastvrijheid wij hier feitelijk genieten.

Op de site wordt tevens vrolijk gewag gemaakt van de aanwezige horeca. Natuurlijk is een ontmoetingsruimte voor nazit met drank en spijs een normale voorziening, maar om te spreken van: “..Herinneringen ophalen in éen van onze brasserieën”, daar maakt men wederom een merkwaardige, branche-vreemde faux pas. Het begrip ‘Brasserie’ associeert men toch vooral met het bruisende en voornamelijk nachtelijke horecaleven. Wellicht hebben de jonge copywriters nog weinig praktijkervaring (recreatie/recrematie?) maar begrafenissen en crematies vinden toch écht vooral overdag plaats in een gebouw dat uit ontvangstruimten, aula’s en ovens bestaat. Het vrolijk rouwbeklag mondt zelden uit in uitbundige viering.

“Bij DELA geloven we dat elk leven oneindig aandacht verdient, ook als je er niet meer bent. Die aandacht zie je terug..” Die aanbeveling klinkt vooral als een akelig commercieel, oneindig verdienmodel.

Klap op de onbeschaamde vuurpijl is de oproep die de firma op haar site doet op om te ‘stemmen’. Men blijkt namelijk in de race voor ‘een Gouden Loeki’ en is daar bijzonder trots op. Over de ruggen van hun cliënten, de overledenen, middels likes, punten en Loeki’s scoren, slecht uiteraard alle drempels der betamelijkheid maar die ‘loden Loeki’ hebben ze wat mij betreft bij voorbaat, met glans, gewonnen.          

Zaken doen met dit doorgeslagen gezelligheidsconcept zal ik niet snel, maar mocht u weer eens ouderwets willen lachen (óf huilen natuurlijk, de lach en de traan liggen in het begrafeniswezen nu eenmaal erg dicht bij elkaar) kijkt u dan vooral eens op die site.

Je lacht je dood.

Meer over:

opinie, dela, uitvaart
Delen:

Praat mee

Onze spelregels.

0/1500 Tekens
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.

BNNVARA LogoWij zijn voor