Soms bekruipt me het gevoel dat we opnieuw in een periode van dreiging leven. Het is niet één duidelijk aanwijsbaar gevaar, maar eerder een sluimerende onrust. De opkomst van autoritaire leiders, het normaliseren van haatdragende taal, het wantrouwen tegenover wetenschap en media — het doet me denken aan verhalen uit de jaren dertig van de vorige eeuw.
In 1933 kwam Hitler aan de macht. Wat volgde, weten we: Joden werden uitgesloten, opgejaagd, vermoord. Intellectuelen sloegen op de vlucht, velen pleegden zelfmoord. Maar wat deden de mensen vóór het te laat was? Hoe gingen ze om met de dreiging die op hen afkwam?
De jaren twintig en dertig in Duitsland
In de jaren twintig was Duitsland een jonge, kwetsbare democratie. De Eerste Wereldoorlog lag nog vers in het geheugen. Er was inflatie, werkloosheid, politieke chaos. In die context verlangden veel mensen naar stabiliteit, naar een “sterke man” die de orde zou herstellen.
Toen Hitler in 1933 de macht greep, gebeurde dat grotendeels langs legale weg. Veel mensen vonden dat hij tenminste iets deed. Ze lazen over geweld tegen politieke tegenstanders en Joden, maar haalden hun schouders op — of geloofden het niet.
Sommigen waarschuwden. Denk aan de journalist Kurt Tucholsky of de dagboekschrijver Victor Klemperer. Ze zagen het gevaar, ze benoemden het. Maar ze werden weggehoond of genegeerd. De meeste mensen keken weg. Ze wilden hun leven leiden, hun baan behouden, hun rust bewaren.
De stille waarschuwing van de geschiedenis
Achteraf is het makkelijk oordelen. Maar in die tijd was het niet altijd duidelijk wat er zou komen — of beter gezegd: mensen wilden het niet zien. Ze hoopten dat het wel zou meevallen. En voor sommigen viel het inderdaad even mee, tot het te laat was.
Brieven, krantenartikelen en dagboeken uit die periode laten zien dat er wel degelijk stemmen van twijfel en angst waren. Maar ze werden overstemd door gemakzucht, zelfbehoud en soms ook moedwillige onverschilligheid.
En nu?
In 2025 zie ik parallellen. Niet omdat ik denk dat de geschiedenis zich letterlijk herhaalt — maar wel omdat ik dezelfde neigingen herken: het wegkijken, het sussen, het zeggen dat het allemaal wel meevalt. Terwijl extremistische partijen groeien, de democratische rechtsstaat onder druk staat en haat opnieuw salonfähig wordt.
Tegelijk zijn er ook nu mensen die waarschuwen. Schrijvers, denkers, wetenschappers, burgers die hun stem laten horen. Maar ze worden niet altijd gehoord. Soms zelfs bedreigd of weggezet als paniekzaaiers.
Wat doen wij? Doen we alsof het allemaal wel zal overwaaien? Of kijken we bewust? Spreken we ons uit — ook als het ongemakkelijk is?
Tot slot
De geschiedenis herhaalt zich nooit exact, maar ze rijmt wel. Daarom stel ik mezelf deze vraag: Wat deed ik toen het erop aankwam? Dit stuk schrijven is mijn manier om niet weg te kijken.
Dit artikel is ook verschenen op de website van Allard van Gent.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.