De Hongaarse premier Viktor Orbán, held van Europees extreemrechts, heeft Pride-vieringen in het openbaar verboden. Dat meldt Politico. De Boedapest Pride moet dit jaar achter gesloten deuren plaatsvinden.
Sinds de inauguratie van Donald Trump voelen extreemrechtse autocratische leiders zich gesterkt in hun aanvallen op de LHBTQIA-gemeenschap. Zo ook Viktor Orbán. Afgelopen weekend sorteerde hij al voor op het Pride-verbod door de viering “een verspilling van tijd en geld” te noemen.
Minister Gergely Gulyás verantwoordde de homofobe maatregel door te zeggen dat het verbod voortkomt uit een voorgestelde grondswetwijziging. Daarin staat dat "het recht van kinderen op fysieke, mentale en morele ontwikkeling onherroepelijk is". Onder Vladimir Poetin heeft Rusland een soortgelijke wet aangenomen die vooral bedoeld is om openlijke LHBTQIA-uitingen strafbaar te stellen. Hoewel de grondwetswijziging in Hongarije nog niet is doorgevoerd, is dat een kwestie van tijd. Orbán heeft feitelijk geen oppositie en diens partij heeft de onafhankelijke rechtsspraak afgeschaft.
PVV-leider Geert Wilders noemt Viktor Orbán een van zijn beste vrienden. In Nederland claimt Wilders geregeld op te komen voor LHBTQIA-rechten, maar vooral wanneer hij dat kan gebruiken als een stok om moslims mee te slaan. De T en I in LHBTQIA zijn door Wilders al bij het grofvuil gedaan nadat Trump aan de macht kwam. Direct na Trumps aanvallen op de trans gemeenschap verkondigde Wilders al dat ook hij vindt dat er “maar twee genders” bestaan.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.