Het middel van Boswijk en Mutluer is erger dan de kwaal
De Kamerleden Derk Boswijk (CDA) en Songül Mutluer (PvdA-GroenLinks) willen het fotograferen van gewonde of omgekomen slachtoffers op de plek van een ramp of een verkeersongeluk zwaar strafbaar stellen zeker als je de beelden op de sociale media verspreidt. Had die wet in 2001 al bestaan, dan was het strafbaar geweest beelden van de vermoorde Pim Fortuyn op het Mediapark te maken en verspreiden.
De bedoelingen van de Kamerleden zijn ongetwijfeld goed maar de wet zal ongetwijfeld door de autoriteiten en dan met name de politie gebruikt worden om het maken van onwelgevallige beelden tegen te gaan, geweld door henzelf bijvoorbeeld. En in the heat of the moment zullen geprikkelde uniformdragers de wet héél breed uit gaan leggen. Ook wordt het lastig om bij opsporing om beelden van het publiek te vragen. Dat is dan als het ware uitlokking om je smartphone te trekken in een poging daders te filmen. Dat argument zal straks bij de rechter ook zeker worden gebruikt
Daarom dient deze wet te worden afgewezen. Het is – in politiek jargon – een te zwaar middel. Bovendien is dan het hek van de dam. Weldra zal méér verboden worden.
Boswijk en Mutluer maken zich er kwaad over dat passanten de persoonlijke levenssfeer van gewonde of omgekomen slachtoffers schenden door hen in beeld te brengen. In de toelichting op hun wetsvoorstel halen ze er een al langer geldend verbod bij: het is verboden seksueel getinte beelden te maken van personen die daarvoor niet expliciet toestemming hebben gegeven. Laat staan om die beelden te verspreiden. Slachtoffers van sexting weten dat deze wet in de praktijk een wassen neus is maar hij maakt wel degelijk deel uit van het strafrecht. Nu is er een belangrijk verschil tussen zulke opnames en foto’s van rampen of ongelukken. Deze seksuele handelingen vinden niet in het openbaar plaats. De maker verkrijgt ze door misleiding, door chantage door het bij wijze van spreken plaatsen van verborgen cameraatjes in de doucheruimte voor vrouwen (of voor mannen uiteraard). Hier is daadwerkelijk sprake van dwang en of het binnendringen van de persoonlijke levenssfeer.
Een zwaar auto-ongeluk, een brand, een aardbeving, geweld op straat of oorlog zijn dat niet. Ze vinden plaats in de openbare ruimte. Ze zijn nieuwswaardig. Wij krijgen op dagelijkse basis in de Journaals dode mensen te zien: afgeslachte Alawieten, omgekomen kinderen in Gaza, gesneuvelden aan het Oekraïense front. Die vallen allemaal onder het wetsvoorstel van Boswijk en Mutluer. Dat loopt daar maar aan het front te fotograferen in plaats van een helpende hand toe te steken.
Nu is er wel een uitzondering op de strafbaarstelling. Het wetsvoorstel zegt ¨3. Niet strafbaar is degene die te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het algemeen belang het openbaar maken, bedoeld in het eerste lid, vereiste.¨ Dat onderdeel van het wetsartikel legt de bewijslast bij de dader. Die moet aantonen dat publicatie in het algemeen belang was en dat hij te goeder trouw handelde. Met welke argumenten? Of de hele wet wordt hiermee onderuit gehaald - ¨Edelachtbare, ik wilde de gevolgen van onvoorzichtig rijden zichtbaar maken¨, of het beroep op het algemeen belang faalt altijd. Veel zit daar niet tussen.
Een veelgehoord argument is dat zulke beelden niet door passanten worden gemaakt maar door professionele journalisten. Of men promoveert voor het gemak iedereen met een smartphone maar tot “burgerjournalist” zoals in de berichtgeving rond Gaza gebeurt. Nu is in elk vrij land de journalistiek een ongereguleerd beroep Alle burgers zijn vrij openbaar te maken wat zij willen behoudens hun verantwoordelijkheid voor de wet. In de praktijk betekent dit dat je achteraf kunt worden aangepakt voor het verspreiden van laster en leugens als dit door de onafhankelijke rechter wordt vastgesteld.
Anti-democraten komen graag met voorstellen om van de journalistiek een beschermd beroep te maken. Je krijgt die titel pas als je een bepaalde opleiding hebt afgemaakt of bent toegetreden tot een soort gilde. Dat is een heel effectieve methode om publieke uitingen onder controle van de staat te brengen. Journalistiek, verslaggeving en het publiceren van opinies zijn dan immers vergunningsplichtig.
In de vorige eeuw was het verspreiden van nieuws, opinies en beelden een kostbare zaak. Je had er papier en apparatuur voor nodig. Oudere lezers herinneren zich nog wel hoe ze moeizaam pamfletten en buurtblaadjes stonden te stencilen. En cynici zeiden: “De vrijheid van meningsuiting is het recht van miljonairs hun opvattingen onder de massa te brengen”.
Door het internet en de bijbehorende technologie is dat allemaal veranderd. Burgers hebben niet langer de intermediair van een medium als een krant of een zender nodig om een publiek te bereiken. Dat kun je zelf via de sociale media. Dit heeft het publieke debat een enorme boost gegeven. Ook worden op onvoorstelbare grote schaal zaken zichtbaar gemaakt die anders alleen zouden zijn waargenomen door de directe ooggetuigen.
De prijs van deze vrijheid is de openbaarmaking van gruwelijke beelden en de verspreiding van nieuws voordat de autoriteiten het kunnen doen. Vaak genoeg zal zulke verspreiding smakeloos, zijn harteloos of gemeen. Dat is altijd al het geval geweest. Alleen gebeurt het nu op grotere schaal. Boswijk spreekt over “sensatiezucht”. Sensatiezucht is al zo oud als de mensheid. Lees er de verlekkerde verslagen over Caligula, Nero Domitianus en consorten maar op na. Het is geen goede eigenschap maar sensatiezucht is niet verboden.
In het bijzonder Boswijk maakt zich er kwaad over dat getuigen van een ongeluk staan te filmen in plaats van een helpende hand toe te steken. Het punt is: bij gewonden moet je dan wel weten wat je doet. Anders maak je het alleen maar erger. Het Kamerlid stelt zich hier in de plaats van de politieagent die roept: “Doorlopen mensen. Niets aan de hand. Hier is niets te zien”.
Je weet dan meteen dat er wél iets te zien is.
Natuurlijk is het grof en smakeloos andermans lijden in beeld te brengen maar wat Boswijk en Mutluer voorstellen is erger dan de kwaal die ze willen genezen.
Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin zeker nu de laatste putten open blijven. Tevens noem ik de PVV een extreemrechtse partij.
Beluister Het Geheugenpaleis, de wekelijkse podcast van Han van der Horst en John Knieriem over politiek en geschiedenis. Nu: Europa in de maalstroom
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.