Lang geloofden we dat denken iets unieks was, iets wat de mens onderscheidde van de machine. Maar die overtuiging brokkelt af. Technologiebedrijven presenteren intelligentie steeds vaker als niets meer dan patroonherkenning en statistiek. Jurgen Masure stelt vragen bij die houding.
Silicon Valley presenteert AI als de grote verlosser. Denken, och toch, zoiets ouderwets, de machine neemt het wel over. AGI, superintelligentie, het is allemaal onderweg. En wij? We kijken ernaar en laten het gebeuren. Opiniemakers en sommige media doen enthousiast mee, kijk maar naar de loftuitingen over Elon Musks nieuwe AI-tool Grok3.
Ondertussen plunderen diezelfde AI-bedrijven de journalistiek. Artikelen worden gekopieerd, samengevat en hergebruikt door chatbots die nieuws reproduceren zonder het te begrijpen. Wat overblijft, is een hapklare, algoritmisch geoptimaliseerde brei waarin kennis wordt gereduceerd tot data en statistiek. Willen we dat?
Als we AI zonder aarzeling als vervanging accepteren, moeten we eerst begrijpen wat we daarvoor inleveren. Ooit, niet zo lang geleden, zag men de wereld als een nauwkeurig afgesteld uurwerk waarin elk radertje, elke veer, vakkundig geplaatst werd door een onzichtbare hand. De Franse filosoof René Descartes vergeleek het lichaam daarbij met een machine: een subtiel mechanisme van hefboompjes en tandwielen. Maar het denken, dat was voor hem iets anders. Denken, zo stelde Descartes, was geen materie. Het hoorde toe aan de geest. Cogito ergo sum, zei hij. Ik denk, dus ik ben.
Kant en klaar denken
Descartes hield het denken apart, als iets dat buiten het mechanische systeem viel. Maar daarna sloeg de slinger om. Denken werd beschouwd als een mechanisch proces. Eerst vergeleek men het brein met een rekenmachine, later met een computer. En nu? Nu zetten we AI, nog altijd onvolmaakt, naast de mens. Het idee is verleidelijk. Als intelligentie niet meer is dan patroonherkenning, dan kan een computer intelligent zijn. Als denken niets anders is dan statistiek, dan zou AI kunnen denken. Maar klopt dat wel?
Laten we ons wenden tot een ander filosofisch zwaargewicht, een boegbeeld van de Verlichting. Immanuel Kant stelde dat wij de wereld niet passief opnemen. Wij construeren haar. Onze geest ordent wat hij waarneemt, legt structuren op, schept betekenissen die niet uit de ruwe data zelf voortkomen. Tijd, ruimte, causaliteit zijn geen objectieve eigenschappen van het universum, maar categorieën van het denken. AI kent die structuren niet. AI kent geen verleden en geen toekomst. AI zwemt in een oceaan van data, maar begrijpt niets. Ze denkt niet, ze berekent waarschijnlijkheden.
En daar begint het probleem. We laten AI oordelen over mensen. Wie krijgt een lening, wie mag zijn baan houden, wie moet extra in de gaten worden gehouden door de politie? AI voorspelt, sorteert, past toe. En ja, ze doet dat beter dan ooit. Maar begrijpen? Nee. Denken is geen rekensom. Begrijpen, geen statistisch model.
De Amerikaanse filosoof Hubert Dreyfus zag dit vijftig jaar geleden al aankomen. Hij was een van de eersten die begreep dat AI nooit menselijke intelligentie zou evenaren, omdat denken niet losstaat van het lichaam. Intelligentie is geen abstracte rekenkracht, maar geworteld in fysieke ervaring. Een schaakcomputer kan alle mogelijke zetten doorrekenen, maar weet niet wat winnen of verliezen betekent. Een taalmodel kan perfecte zinnen genereren, maar heeft geen idee wat woorden werkelijk uitdrukken. Begrip ontstaat niet uit statistiek, maar uit interactie met de wereld, via het fysieke, het lichaam dat handelt, voelt en keuzes maakt. Descartes zou er het zijne van denken.
Keuzes
Toch blijft het geloof in AI groeien. Niet omdat het waar is, maar omdat het goed uitkomt voor wie er belang bij heeft. Want AI is niet neutraal. Dat leren we van de nog steeds ondergewaardeerde wetenschapsfilosoof Ursula Franklin. Technologie, zei ze, is nooit zomaar een instrument, maar een wijze om de samenleving te organiseren. Zoals een fabriek een arbeider tot een radertje reduceert, dwingt AI ons in patronen die niet de mens, maar het systeem dienen.
AI schept geen nieuwe wereld. Ze verstevigt slechts wat er al was: een wereld die draait om efficiëntie, rendement en controle. We onderwerpen ons aan de rekenmodellen van Big Tech alsof ze onvermijdelijk zijn, alsof ze de loop van de geschiedenis dicteren. Maar niets aan AI is een natuurwet. Dit is geen onwrikbare kosmische orde. Dit is een keuze.
De keuze om technologie niet in dienst te stellen van de mens, maar de mens ondergeschikt te maken aan technologie. De keuze om bureaucratie te laten zegevieren over rechtvaardigheid, om te meten in plaats van te begrijpen. De keuze om te vergeten dat de mens geen model is, geen reeks parameters in een algoritme. Laten we AI niet kritiekloos omarmen, maar eisen dat technologie de mens dient in plaats van hem te reduceren tot een datapunt in een algoritme.
Meer over:
opinie, kunstmatige intelligentie, ai, grok, rené descartes, hubert dreyfus, immanuel kantMeld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.