“Wie zich het verleden niet herinnert, is gedoemd het opnieuw te beleven.” Deze woorden van filosoof George Santayana staan op een van de muren van Auschwitz gebrandmerkt. Een muur die getuigt van wat nooit had mogen gebeuren, en van wat we ons moesten blijven herinneren — om herhaling te voorkomen.
De Holocaust, waarin miljoenen onschuldige mensen systematisch werden vermoord, laat een litteken achter dat generaties overstijgt. Te pijnlijk om aan te raken, te groot om in woorden te vatten. En toch moeten we blijven herinneren. Ook als schaamte, verdriet en machteloosheid proberen ons het zwijgen op te leggen.
Daarom herdenken we. Jaarlijks, op 27 januari, wereldwijd. In Nederland op de laatste zondag van januari. We staan stil. We beloven elkaar opnieuw: nooit meer. Maar juist die woorden – nooit meer – roepen vandaag bij mij vragen op.
Hoe kunnen we in stilte herdenken wat toen gebeurde, terwijl er op dit moment opnieuw sprake is van menselijk leed dat ongekend is in omvang en ernst? Hoe kunnen we zeggen “nooit meer”, terwijl in Gaza kinderen sterven, gezinnen worden weggevaagd, en basale mensenrechten dagelijks geschonden worden? Is het niet onze verantwoordelijkheid om de lessen van toen toe te passen op het nu?
Is het niet juist op een herdenkingsdag dat we ons zouden moeten afvragen: wat betekent onze herinnering als ze geen bescherming biedt aan hen die vandaag vervolgd worden? Wat betekent onze stilte als het uitmondt in wegkijken?
Kunnen we deze dag gebruiken om onze stem te laten horen? Om te eisen dat hulpverleners hun werk kunnen doen, journalisten niet het zwijgen wordt opgelegd, en dat voedsel en medicijnen mensen bereiken in plaats van doelwitten te worden? We herdenken een genocide terwijl een ander zich voltrekt.
“Dit mag nooit meer gebeuren.” Laten we dan ook vragen: wat doen wij als het opnieuw gebeurt?
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.