De partij van de Hongaarse premier Viktor Orbán, de belangrijkste Europese bondgenoot en persoonlijke vriend van Geert Wilders, gaat de Pride verbieden. De feestelijke mars voor meer vrijheid en gelijkheid vindt al 30 jaar lang in de hoofdstad Boedapest plaats maar het is de bedoeling van de regeringspartij dat daar een einde aan komt. Organisatoren en deelnemers kunnen rekenen op boetes als ze het verbod negeren. De politie zet daartoe camera's met gezichtsherkenning in.
Viktor Orbán, een groot fan van de Russische dictator Poetin, heeft de afgelopen weken zijn aanvallen op oppositieleden en ngo's opgevoerd. Volgend jaar worden in Hongarije verkiezingen gehouden worden en Orbán is daar sinds de inauguratie van Trump de geesten voor aan het rijp maken. Zijn macht wordt bedreigd door toenemende onvrede en protesten vanuit de burgerbevolking tegen zijn anti-vrijheidsbeleid.
Fidesz, de partij van Orbán, heeft zondagavond laat een wetsvoorstel ingediend dat de Pride verbiedt omdat het feest "schadelijk" zou zijn voor kinderen. Het wordt op maandag al meteen behandeld. Eerder al werden maatregelen genomen tegen homo's en de rest van de LHBTIQ+ gemeenschap op basis van dat argument. In Rusland zijn op die manier ook de vrijheden voor eigen seksuele en relatie-voorkeuren afgeschaft.
Orbán heeft verklaard dat de organisatie dit jaar niet eens hoeft proberen de Pride te houden. De festivalgangers wijzen er op dat het recht op samenkomst een fundamenteel recht is dat beschermd wordt door de grondwet. "Ondanks het wetsvoorstel zijn we van plan de Boedapest Pride te houden," verklaart een woordvoerder van de organisatie tegen Reuters. De mars is volgens hen nu juist harder nodig dan ooit.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.