Zonder zingeving aan diversiteit, praktijken en arrangementen voor een nieuwe saamhorigheid zal het xenofobische electoraat blijven groeien binnen de liberale democratieën. Progressieven zijn aan het zet, ze moeten met eigen antwoorden komen op de uitdagingen van een nieuwe sociale cohesie.
Na de Duitse verkiezingen van zondag en de zoveelste grote overwinning van een xenofobische partij met fascistische neigingen in een Westerse democratie valt het niet meer te ontkennen: de liberale democratieën gaan door een identiteitscrisis. Ja, het optimistische counter-narratief in Duitsland dat “80 procent van de Duisters NIET op AfD heeft gestemd” is waar. Maar het is ook wel heel erg euforisch. AfD is de tweede grootste partij in Duitsland sinds zondag. In de rijkste en machtigste democratie van Europa, ook nog met een naziverleden, is massaal gestemd op een xenofobische partij met wel erg duidelijke banden met neonazi’s. Laat dat tot ons doordringen.
Dat sommige progressieve commentatoren in Duitsland met het “80%” counter-narratief komen is een symptoom van de ontkenningsfase. Alle begrip hoor, ik gun ze de tijd om bij te komen en zich te bezinnen. Maar je zou hopen dat de progressieven in Nederland verder zijn. Dat we eens eindelijk in de bek van het monster durven te kijken.
In ons land zijn wapenbroeders van AfD - Wilders & co - al de grootste en al een aantal maanden aan de macht. Toch hoor ik weinig geluiden en gedachten vanuit progressieve kringen in Nederland die blijkt geven van de moed om te bezinnen en tot nieuwe inzichten te komen. Het zijn telkens dezelfde oude liedjes: vanuit linkse hoek wordt gehamerd op economische ongelijkheid (arbeid betaalt slecht in verhouding tot kapitaal). Vanuit progressief liberale hoek gaat het over slimmer en meer in Europees verband samenwerken.
Het zijn voorspelbare reflexen die precies passen bij ieder van deze politiek-intellectuele tradities. Maar ik ben bang dat men te veel in de eigen ideologische tunnel vastzit en daardoor niet in staat is om te kijken naar een andere, wat mij betreft veel meer doorslaggevende, oorzaak van de bloei en groei van het xenofobisch en reactionair electoraat in Westerse democratieën.
Wat die oorzaak is en waarom het meest relevant? Om daarachter te komen wil ik graag met u terug in de geschiedenis. Terug naar de oorsprong van mijn vakgebied, de sociologie.
Sociologie is een van die typische menswetenschappen die in de laat-negentiende eeuw zijn ontstaan. Dat wil zeggen, in hoogtijdagen van grote transformaties van de Westerse samenlevingen. Het was een tijd van rappe veranderingen. Grotere groepen mensen gingen stedelijk wonen, de industriële economie nam de klassiek agrarische over en vooruitgang in communicatie, transport, alfabetisering, gezondheidszorg . . . enzovoort, vonden met grote sprongen plaats. Het bracht veel moois met zich mee maar ook nieuwe uitdagingen. Moderne sociale wetenschappen zijn in die tijd ontstaan, om de behoefte aan inzichten over en het vinden van solaas voor de crisissen die gepaard gingen met grote technologisch, socio-economische, politieke en socioculturele veranderingen. Als de Oostenrijks-joodse denkgigant Sigmund Freud als de vader van de moderne psychologie gezien kan worden dan behoort de Franse Emile Durkheim, samen met de Duitsers Karl Marx (van joodse huize) en Max Weber, tot de vaders van de moderne sociologie.
Binnen de sociologie wordt Marx vooral (maar niet alleen) in verband gebracht met wat men de verdelingsvraagstukken noemt. Hoe schaarste (inkomen en bezit, macht en aanzien) tussen verschillende groepen in de samenleving wordt verdeeld. Hoe gelijk of ongelijk is een samenleving? Max Weber heeft een zeer breed repertoire binnen de sociologie, van zijn typologieën over charismatische leiders tot aan protestante ethiek als de drijfveer achter opkomst en bloei van het kapitalisme. Maar vooral zijn kijk op het belang van rationalisering van de arbeid en de kwaliteit van bureaucratische machine van een samenleving, zeg maar het vraagstuk van rationaliteit, effectiviteit en efficiëntie, behoort tot de fundamentele vraagstukken van de sociologie.
Zoals gezegd, toenemende ongelijkheid en de ineffectiviteit van de staat worden heden ten dage in progressieve kringen er graag bij gehaald om groei van het xenofobisch electoraat te verklaren en wat ons antwoord daartegen zou moeten zijn. De intellectuele erfenis van Marx en Weber wordt dus gulzig ingezet. Maar Durkheims inzichten blijven onaangeraakt. Waarom? Omdat zijn bijdrage gaat over het derde grote vraagstuk dat behoorde bij de uitdagingen van maatschappelijke transformatie van de laat-negentiende eeuw. Namelijk, wat doen deze veelvoudige en veelzijdige veranderingen met de onmisbare sociale cohesie?
Met sociale cohesie wordt bedoeld: het weefsel dat een samenleving een samenleving maakt, het gevoel en de praktijken van saamhorigheid en sociale integratie. Dit cohesie-vraagstuk vindt men in links en liberaal progressieve hoek heden ten dage vaak “lastig” en niet zo sexy. Het wordt te vaak geassocieerd met een dwangbuis voor het individu en gaat regelrecht tegen de immer populair geworden, en in postmoderne progressieve kringen zelfs heersende norm (en ook bij sommige D&I experts, maar niet ondergetekende) van “lekker je zelf zijn”, als hoogste doel. Wat mij betreft een nietszeggend motto overigens, dat volstrekt voorbijgaat aan de sociale dimensie van menszijn en het nuttig en noodzakelijk speelse vermogen van het individu om te resoneren met de sociale context en vice versa.
Toch denk ik dat het cohesie-vraagstuk de grootste denk-uitdaging is voor de progressieven die ze in de komende tijd aan moeten gaan. Hoe maken we opnieuw een zingevend en praktiserend weefsel met daar bijbehorende normen en arrangementen voor onze liberale democratieën? Samenlevingen waar een groeiend deel van haar electoraat moeite heeft met de transformatie van redelijk monocultureel naar duizelingwekkend multicultureel, van tamelijk homogeen in achtergrond, historie en levensstijl naar superdivers.
Dat de progressieven verzuimen om zich te mengen in het gesprek over dit cruciale vraagstuk heeft de conservatieven, maar vooral de xenofobische politiek, vrij baan gegeven om met reactionaire oplossingen te komen: ontkennen van diversiteit in achtergrond en levensstijl, afschaffen van de daarbij behorende rechten en ruimte, weren van nieuwkomers en hameren op assimilatie van minderheden met een immigratieachtergrond.
We zitten nu opnieuw in een tijd van grote transformaties. In alle opzichten maken we grote sprongen van de socio-economische impact van de opkomst van AI tot aan socioculturele impact van de sociale media, de nieuwe uitdagingen van rappe ecologische achteruitgang van onze aarde en de toenemende impact van geopolitieke en economische globalisering op ons leven van alle dag. Maar ook, vergaande vergrijzing van de liberale democratieën die samen kan gaan met een gevoel van fragiliteit, en nieuwe asiel- en immigratiegolven die kunnen leiden tot socioculturele onzekerheid.
Het behoudende en reactionaire antwoord op hoe in tijden van transformatie de saamhorigheid en cohesie in de samenleving te bewaren, klinkt bekend en op het eerste gezicht misschien geruststellend. Maar het zijn niets meer dan luchtkastelen die niet zijn opgewassen tegen de nieuwe uitdagingen en de nieuwe tijd.
Juist vanuit progressieve hoek en met de inventiviteit die per definitief hoort bij progressieve drijfveren zouden we met veel passie de uitdaging moeten aangaan om sociale cohesie opnieuw uit te vinden in deze tijd van transformatie. Dat is de enige manier om te voorkomen dat een groeiend electoraat, met wat mij betreft deels legitieme zorgen, volstrekt wordt uitgeleverd aan xenofobische en reactionaire politiek.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.