Marinke de Vries is psycholoog en zelf ook hoogbegaafd. Ze praat hierover bij De Nieuws BV.
‘Toen ik 22 was deed ik mee aan een programma op de universiteit wat niet lekker liep’, aldus Marinke de Vries in De Nieuws BV. Een coördinator stuurt haar daarom naar een psycholoog: hier komt al snel uit dat ze weleens hoogbegaafd kan zijn.
‘Ik ben altijd een heel sociaal kind geweest, daardoor ben ik niet gezien’, vertelt Marinke. ‘In groep drie ging het niet zo lekker en in groep vijf werd ik ongelukkiger.’ Net zoals veel andere kinderen is Marinke destijds heel goed in het ophouden van een masker. Hierdoor worden de vroege signalen niet herkend, maar inmiddels weet Marinke dat haar fysieke klachten destijds te maken hebben gehad met haar hoogbegaafdheid: ‘Ik ben een jaar lang niet gegroeid en ik heb een jaar lang niet mijn tanden gewisseld. (…) ik denk toch dat lijf en brein een stuk meer met elkaar in verbinding staan dan we soms denken.’
Bij Marinke uitte de hoogbegaafdheid zich met name in de manier van denken en leren. ‘Ik begreep gewoon heel weinig van de boodschap van school’, vertelt ze. ‘Met een hoogbegaafd brein zijn sommige dingen – die (voor anderen, red.) blijkbaar heel complex zijn – ineens heel logisch. Dan is het verwarrend dat andere mensen dat helemaal niet logisch vinden. Ik denk dat sommige dingen voor een hoogbegaafd brein ook heel ingewikkeld zijn, terwijl het voor iedereen heel logisch is.’
Kinderen met hoogbegaafdheid leren vaak dat ze zich moeten aanpassen. Deze kinderen hebben vaak een gevoel van onbegrip of moeite om contact te leggen met anderen, omdat mensen hun grapjes, vragen en opmerkingen vaak niet begrijpen.
Vaak wordt er gedacht dat hoogbegaafde kinderen school te makkelijk vinden, maar dat is niet het hele verhaal: ‘Er is ook een groep hoogbegaafde kinderen die het ervaart als heel verwarrend en daar de conclusie uit trekt dat het aan hen ligt.’ Dit ziet Marinke vaak bij kinderen in haar psychologenpraktijk. Mensen die hoogbegaafd zijn denken vaak veel te ingewikkeld over een vraag met een simpel antwoord: ‘Het verschil is natuurlijk dat jij zelf niet weet dat jouw hoofd dan blijkbaar iets heel ingewikkelds doet.’
‘Veel mensen denken dat hoogbegaafde kinderen ontzettend goed zijn in wiskunde, schaken en piano spelen', vertelt Marinke. ‘Iedereen kent het cliché van een jongetje met een brilletje dat prachtige wiskundesommen kan maken. Ik denk dat het wat met elkaar te maken zou kunnen hebben - maar het één is niet hetzelfde als het ander.’
Ook legt Marinke uit dat hoogbegaafdheid nog vaak verward wordt met begaafdheid. Kinderen die begaafd zijn kunnen goed schakelen naar wat er sociaal en in het onderwijs van hen gevraagd wordt: ‘Dat zijn kinderen die prachtig kunnen presteren.’ Terwijl het voor hoogbegaafden juist lastiger is om te schakelen tussen die twee aspecten.
‘Zegen. Het maakt je toch tot wie je bent’, aldus Marinke. ‘Als ik die hele schoolcarrière niet op mijn manier meegemaakt had, dan was ik dit werk niet gaan doen. Doordat ik mijn eigen puzzel op moest lossen en in die zin dus eigenlijk ook mijn allereerste casus was, ben ik bij dit werk terechtgekomen.’
Thema's:
Meld je snel en gratis aan voor de BNNVARA nieuwsbrief!